Vlees

  • Vlees is het eetbare deel van een landbouwhuisdier of wild. Tot vlees wordt gerekend spierweefsel, maar ook vet (spek) en bindweefsel, bloed, organen (lever, nieren en hartjes) klierweefsel (zwezerik) en huid (zwoerd aan spek).
  • Er bestaat een verschil tussen rood- en witvlees. Roodvlees komt van runderen, schapen, geiten en varkens. Witvlees van kip en ander gevogelte. 
  • Vlees is rijk aan de vitamines B1, B6 en B12 en het mineraal zink. Daarnaast levert vlees ook vitamine B2 en de mineralen ijzer, fosfor en selenium. Lever is bovendien rijk aan vitamine A.
  • Vitamine B12 komt alleen in vlees en vleesproducten voor. Aan vleesvervangers wordt tijdens de productie vitamine B12 kunstmatig toegevoegd.
  • Vlees bestaat uit 50-75% water, 18-22% eiwit, 2-35% vet en 0% koolhydraten, terwijl mineralen, vitamines en extractiestoffen samen 3.5% leveren.
  • Vlees is een van de meest milieubelastende voedingsmiddelen. Voor elke kilo vlees is gemiddeld bijna 5 kilo vlees als veevoer nodig, al verschilt die hoeveelheid wel per diersoort.
  • Het eten van vleesvervangers is altijd beter voor het milieu dan het eten van een stukje vlees.
  • Plantaardige vleesvervangers zoals tahoe, peulvruchten en groenteburgers zijn een volwaardig alternatief voor vlees en de klimaatbelasting is lager.
  • Van minst naar meest milieubelastend:
    • peulvruchten
    • vleesvervangers
    • eieren
    • kip
    • varkensvlees
    • kaas
    • rundvlees
  • Het vetgehalte van vlees en vleesproducten is wettelijk vastgelegd in het Warenwetbesluit Vlees, gehakt en vleesproducten. Zo mag mager gehakt van de wet maximaal 15% vet bevatten.
  • Vanaf 13 december 2014 wordt de wettelijke vermelding van het land van herkomst voor rundvlees uitgebreid naar vers vlees van varkens, gevogelte, geiten en schapen.
  • Het is voor de gezondheid beter om witvlees te eten.
  • Het Voedingscentrum adviseert om niet meer dan 500 gram vlees per week te eten, waarvan maximaal 300 gram roodvlees.

Wetenschappelijke studies over vlees: 
De overzichtsartikelen (meta-analyses) van gerandomiseerde, placebo-gecontroleerde dubbelblinde humane studies (RCT’s) geven antwoord op de volgende vraag:
“Is het slikken van voedingssupplementen zinvol?”. Ja bij een positieve conclusie en nee bij een negatieve conclusie.

De overzichtsartikelen (meta-analyses) van cohort studies of van patiënt-controle studies geven antwoord op de volgende vraag:
”Moet ik mijn voedingspatroon veranderen?”.

  1. 100 gram roodvlees per dag verhoogt mogelijk de kans op doodgaan aan hart- en vaatziekten
  2. 100 gram roodvlees per dag verhoogt maagkanker
  3. Dagelijks 100 gram bewerkt en roodvlees verhoogt slokdarmkanker
  4. Veel rood en verwerkt vlees verhogen slokdarmkanker
  5. Een hoge rood- en bewerkt vleesconsumptie verhogen waarschijnlijk obesitas
  6. Een voedingspatroon met veel vezels en zuivelproducten en minder geraffineerde granen, vlees en suikerrijke voedingsmiddelen en dranken verlaagt het lichaamsgewicht
  7. Veel heem-ijzer verhoogt dikke darmkanker
  8. Roodvlees verhoogt niet prostaatkanker
  9. Een hoog ferritinegehalte en een hoge heem-ijzerinname verhogen de kans op het krijgen van suikerziekte type 2
  10. Heemijzer verhoogt suikerziekte type 2
  11. 50 gram gevogelte per dag verlaagt dikke darmkanker
  12. Witvlees, vis en gevogelte verlagen niet dikke darm adenoom