Volkorenproducten

  • De graankorrel bestaat uit 3 delen. Binnenin zit de meelkern, onderin de kiem en om het geheel de zemel. De meeste voedingsstoffen zitten in de kiem en de zemel.
  • De meest voorkomende graansoorten zijn tarwe, gerst, spelt, teff, rogge, rijst, gierst en haver. In Nederland worden alleen tarwe, rogge, teff, gerst en op beperkte schaal haver verbouwd.
  • Volkoren(graan)producten zijn gemaakt van de hele (vermalen) graankorrel. Volkorenproducten zijn volkorenbrood, volkoren pasta, zilvervliesrijst, bulgur en volkoren couscous.
  • Brood wordt geregeld door het Warenwetbesluit Meel en brood. Zo moet brood van de wet een vochtgehalte  ten minste 20% en een gehalte aan keukenzout van ten hoogste 2.5% berekend op de droge stof, hebben.
  • Voor volkorenbrood is in Nederland wettelijk vastgesteld dat al het meel dat aanwezig is, moet bestaan uit volkorenmeel van de betreffende graansoort oftewel alleen brood met 100% volkorenmeel mag van de wet “volkorenbrood” genoemd worden.
  • Volkoren pasta is gemaakt van ten minste 50% volkorenmeel. 
  • Witbrood en witte pasta zijn gemaakt van tarwebloem. Tarwebloem bevat alleen het middelste deel (meelkern) van de graankorrel oftewel meel wat is ontdaan van de zemel en kiem. Dit proces wordt ook wel raffineren genoemd. (Tarwe)bloem is wit van kleur omdat het overblijvende deel, de meelkern, wit van kleur is.
  • Volkorenproducten hebben dezelfde duurzaamheidsaspecten als niet-volkoren granen en graanproducten, zoals witbrood.
  • Volkorenproducten bevatten meer B-vitamines, ijzer, magnesium en voedingsvezels dan niet-volkorenproducten.
  • Volkorenproducten zijn producten met minimaal 1.5 gram vezels per 100 kcal.

Hieronder vindt u wetenschappelijke studies over de relatie tussen het eten van volkorenproducten en het voorkomen van ziektes:
Één zwaluw maakt nog geen zomer. Dus een énkele wetenschappelijke studie over een bepaald onderwerp zegt niet zoveel maar een overzichtsartikel (=een verzameling van wetenschappelijke studies over een bepaald onderwerp) van RCT's geeft wel antwoord op de volgende vraag:
”Is het zinvol om voedingssupplementen te slikken?”. Ja bij een positieve conclusie en nee bij een negatieve conclusie.

Één zwaluw maakt nog geen zomer. Dus een énkele wetenschappelijke studie over een bepaald onderwerp zegt niet zoveel maar een overzichtsartikel (=een verzameling van wetenschappelijke studies over een bepaald onderwerp) van cohort of patënt-controle studies geeft wel antwoord op de volgende vraag:
”Moet ik mijn voedingspatroon veranderen of niet?”.

  1. Dagelijks 30 gram volle granen, 100 gram fruit, 100 gram groente of 200 gram zuivelproducten verlaagt dikke darmkanker
  2. Volkoren graanproducten verlaagt mogelijk alvleesklierkanker
  3. Veel volkorenproducen verlaagt een beroerte onder vrouwen
  4. Dagelijks 100 gram roodvlees, 50 gram bewerkt vlees en 250 mL suikergezoete frisdrank verhogen de bloeddruk
  5. Suikergezoete frisdrank, eieren en rood- en bewerkt vlees verhogen hart- en vaatzieken
  6. Resistent zetmeel verbebert de darmwerking van gezonde volwassenen
  7. 28 gram volle granen per dag verlaagt doodgaan aan hart- en vaatziekten

 

Paginatype: